Bij de vaststelling van de begroting wordt voor alle investeringen alleen de eerste jaarschijf (2027) van het investeringskrediet beschikbaar gesteld. De kredieten voor de daarop volgende jaren worden op een later moment, passend bij de voortgang en planning van de investering, ter besluitvorming voorgelegd.
De tabel laat per jaar zien hoeveel we willen investeren en welke structurele kapitaallasten en welke eenmalige aanwendingen van de algemene reserve daaruit voortkomen.
- Kolommen 'Inv.' (investeringen)
Deze kolommen tonen het investeringsbedrag per jaar (x € 1.000). Met deze begroting wordt alleen het investeringsbudget voor 2027 vrijgegeven. De bedragen voor 2028 tot en met 2030 staan in de meerjarenplanning, maar worden nog niet vrijgegeven. - Kolommen 'Kap. last' (kapitaallasten)
Deze kolommen laten zien welke structurele lasten uit de investeringen voortkomen. Kapitaallasten bestaan uit afschrijving en rente.- Afschrijvingen: de jaarlijkse verdeling van de investering over de economische levensduur van het actief.
- Rente: de jaarlijkse financieringskosten die aan de investering worden toegerekend.
Omdat investeringen vaak in de loop van een jaar worden uitgevoerd, ontstaan de volledige kapitaallasten meestal pas later, pas na gereedkoming van het project. Daarom lopen deze lasten in de jaren na de investering geleidelijk op.
- Saldo structureel (kapitaallast)
Hier staat het totaal aan structurele kapitaallasten dat door de opgenomen investeringen in de begroting moet worden opgevangen.
- Saldo incidenteel (uit de algemene reserve)
Hier staat welk deel van de investering wordt gedekt uit de algemene reserve. Dit bedrag komt daarmee niet ten laste van het jaarlijkse begrotingssaldo.
