In dit hoofdstuk worden de grondslagen waarop de begroting is gebaseerd nader toegelicht, wordt een toelichting gegeven op totale lasten en baten en daarbij in hoeverre deze incidenteel of structureel van aard zijn en tot slot een verschillenanalyse op hoofdlijnen gegeven van de verschillen tussen de cijfers van 2027 en de begroting 2026 na wijziging (tot en met 9 juni 2026).
Onze gemeentelijke uitgangspunten voor het financieel beleid zijn:
- de begroting dient structureel sluitend te zijn; dit betekent concreet dat wij ernaar streven om tenminste de begroting 2027 sluitend te maken. De weerstandsratio dient, in overeenstemming met de door uw raad vastgestelde financiële verordening, 1,4 te bedragen. Dit houdt in dat wij als gemeente in staat zijn om 1,4 keer de gedefinieerde risico’s op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van ons beleid;
- de belastingen en leges worden alleen met de inflatiecorrectie verhoogd;
- voor afval stijgt het vast recht met 3,5%. Het variabele deel stijgt meer. Het tarief voor het aanbieden van een 240 liter restafvalcontainer van 240 liter wordt € 14,04.Dit om te voldoen aan het gemeentelijke grondstoffenbeleidsplan waar de verhouding 70/30 voor het vast recht en het variabele deel is opgenomen.
- Het indexeringspercentage voor de loon -en prijsindexatie is gebaseerd op de inflatieverwachting voor de sector overheid van het CPB voor het eerstvolgende begrotingsjaar, zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan (CEP). Loon- en prijsstijgingen worden in onze gemeentelijke begroting via de algemene uitkering gecompenseerd en in de begroting verwerkt via een stelpost op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product en de loonvoet sector overheid, waarmee onze eigen begroting wordt vertaald naar lopende prijzen.
Loon- en prijsindexatie
Belangrijk om te realiseren is dat de Algemene Uitkering van het Rijk gebaseerd is op het Bruto Binnenlands Product (BBP). De algemene uitkering bestaat uit een loon- prijsdeel en een volumedeel. Wanneer wij hogere indexen geven dan BBP betekent dit dat wij een deel moeten opvangen door het volumedeel in te zetten. Concreet betekent dit minder middelen voor groei en nieuwe beleidsontwikkelingen.
Prijs en loon index (CEP2026) voor het jaar 2027 (lopende prijzen), overige jaren is tegen constante prijzen in Hardenberg.
- voor ontwikkeling loonkosten 2027 wordt gerekend met 3,1%. Dit is een combinatie van de lopende CAO (t/m 31-03-2027) en de loonvoet sector overheid (t/m 31-12-2027).
- voor inhuur derden wordt gerekend met een prijsstijging van 2,1%
- voor zorgkosten (individuele voorzieningen) wordt een prijsstijging van 3,8 % gehanteerd. Wij volgen de NZA (10% NZA materieel en 90% NZA personeel)
- Index voor samen doen, deze conform CAO samen doen verwerkt.
- Voor overige prijsstijgingen 2027 wordt 2,7% gehanteerd (ook subsidies)
- Er wordt een inflatoire verhoging tarieven 2027 met 2,9 % toegepast (50% loonvoet sector overheid en 50% bbp)
- de bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen worden geraamd conform de begroting 2027 van deze verbonden partij (en is vaak hoger dan BBP)
- nieuw aan te trekken geldleningen 3,7 % (onder voorbehoud gezien de geopolitieke ontwikkelingen)
- omslagrente 1,25% (onder voorbehoud gezien de geopolitieke ontwikkelingen)
Begrotingscirculaire Provincie
De toezichthouder toetst de begroting aan het criterium van structureel en reëel evenwicht. Structureel evenwicht houdt in dat structurele lasten gedekt worden met structurele baten. Een reëel evenwicht houdt in dat de ramingen realistisch zijn. De provincie toetst of het eerste jaar structureel sluitend is, of dat het evenwicht in het laatste jaar van de meerjarenraming wordt hersteld. De stelposten die wij opnemen en welke toegestaan zijn door de Provincie nemen wij hieronder op
Bedragen x €1.000.
Begrotingscirculaire stelposten provincie | ||||
Omschrijving | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|
BCF Fonds | 684 | 684 | 684 | 684 |
Jeugd eigen bijdrage | 834 | 845 | 845 | |
Jeugd trajectduur | 218 | 221 | 221 | |
WMO | 2.900 | 2.958 | ||
Totaal | 684 | 1.736 | 4.650 | 4.708 |
Toelichting:
Raming BTW compensatiefonds (BCF)
Gemeenten kunnen in de ramingen in hun begroting en meerjarenraming rekening houden met de ruimte onder het plafond van het BTW compensatiefonds (BCF). Omdat de hoogte van deze ruimte fluctueert zijn in het verleden afspraken gemaakt tussen de gezamenlijke toezichthouders en BZK over wat een reële hoogte van deze ruimte is. Afgesproken is dat de laatste gerealiseerde ruimte onder het BCF-plafond de maximaal toegestane ruimte is die gemeenten mogen ramen in hun begroting en meerjarenraming. Voor Hardenberg is dit €684.000
Raming Jeugd eigen bijdrage en trajectduur
Gemeenten mogen voor de begroting 2027-2030 opnieuw een stelpost opnemen voor de twee aanvullende maatregelen (het verkorten van de trajectduur in de jeugdzorg en de invoering van een eigen bijdrage) uit de Voorjaarsnota 2025, omdat de verantwoordelijkheid hiervoor bij het Rijk ligt.
Voor de overige besparingen uit de Hervormingsagenda, inclusief de indexatie daarvan, zijn geen algemene stelposten toegestaan. De voordelen die voortvloeien uit de maatregelen uit de Hervormingsagenda zullen dus concreet ingevuld moeten worden. Daarnaast mogen gemeenten niet vooruitlopen op een mogelijke extra bijdrage van het Rijk vanaf 2028, omdat hierover nog geen besluit is genomen. De commissie van Ark geeft begin 2027 een oordeel over de periode vanaf 2028.
Raming WMO
In het coalitieakkoord van kabinet Jetten is een maatregel opgenomen waarbij de huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening met ingang van 1 januari 2029 wordt geschrapt. In de meicirculaire is daarom een uitname van € 2,9 miljoen (Hardenberg) uit het gemeentefonds gedaan. Voor de inwoners die niet in staat zijn de huishoudelijke hulp zelf te regelen blijft deze taak bij de gemeente.
Het is nog onduidelijk hoe dit vangnet eruit komt te zien en wie hiervan gebruik kan maken. Als gevolg hiervan kunnen gemeenten nog niet inzichtelijk maken wat de daadwerkelijke financiële gevolgen zijn van het nieuwe beleid. Voor de begroting 2027 staan wij daarom toe een stelpost op te nemen. Hierdoor heeft deze maatregel een budgetneutraal effect op de begroting. Zodra bij de begroting 2028 meer bekend is over de beleidsmatige invulling moeten wij een reële raming van de financiële gevolgen op nemen en de stelpost laten vervallen. Dit is conform het begrotingsadvies 2027-2030 van de VNG.
