Hierna wordt ingegaan op de verschillende algemene belastingen, bestemmingsbelastingen en retributies die de gemeente heeft.
Bedragen x € 1.000
Begrote bedragen heffingen 2027 | |
Omschrijving | (exclusief kwijtschelding) |
|---|---|
Afvalstoffenheffing | 7.043 |
BIZ | 205 |
Forensenbelasting | 397 |
Leges | 5.128 |
Onroerende zaakbelasting niet woningen | 9.710 |
Onroerende zaakbelasting woningen | 8.109 |
Parkeerbelasting | 1.589 |
Reclamebelasting | 63 |
Rioolheffing | 9.524 |
Toeristenbelasting | 2.160 |
Inkomsten uit heffingen en belastingen als percentage van de totale gemeentelijke inkomsten: 18%.
Algemene belastingen
Onroerendezaakbelastingen
Voor de onroerendezaakbelastingen wordt de geraamde opbrengst jaarlijks geïndexeerd. De ontwikkeling van de WOZ-waarden heeft daarmee geen invloed op de hoogte van de geraamde OZB-opbrengst. De WOZ-waarden zijn wel nodig voor het bepalen van de tarieven waarmee deze opbrengst wordt gerealiseerd. Omdat de herwaardering van de onroerende zaken nog niet is afgerond, kunnen de definitieve OZB - tarieven op dit moment niet worden vastgesteld.
Bij het vaststellen van de belastingverordeningen voor 2027 is dit percentage bekend.
Vanaf 2018 wordt de compensatie OZB (dit betreft een subsidie) voor vrijwilligersorganisaties vermeld op het aanslagbiljet gemeentelijke belastingen. Hierdoor is het voor vrijwilligersorganisaties direct duidelijk wat er moet worden betaald aan OZB. Ook in 2027 vermelden we de compensatie OZB daarom op het aanslagbiljet. De compensatie bedraagt 50% van het aanslagbedrag OZB.
Toeristenbelasting
De toeristenbelasting wordt geheven door middel van een voorlopige aanslag in het betreffende belastingjaar en een definitieve aanslag na afloop van het belastingjaar. Dit betekent dat de definitieve aanslag over het belastingjaar 2026 wordt opgelegd in april 2027. Het aantal overnachtingen voor de toeristenbelasting is voor de begroting 2025 aangepast van 1.320.000 overnachtingen naar 1.450.000. De definitieve aanslag is opgelegd in april 2026. Gebleken is dat er 1.800.000 overnachtingen zijn gerealiseerd. Controle, bezwaar en/of beroep kunnen nog invloed hebben. Deze overnachtingen vormen de basis voor de begroting 2027.
Voor het tarief van de toeristenbelasting geldt op verzoek van de recreatieondernemers een meerjarige vaststelling. Er is voor de derde keer voor een periode van vier jaar een tarief vastgesteld wat meerjarig geldt. Dit is € 1,20 tot en met 2029.
Uiterlijk in 2029 kunnen er weer nieuwe tarieven worden vastgesteld die dan gelden vanaf 2030. Deze tarieven komen tot heden tot stand met de RECRON en een afvaardiging van de ondernemers.
Forensenbelasting
De forensenbelasting wordt geheven naar een vast bedrag. Het tarief wordt met het vastgestelde inflatiepercentage van 2,9% verhoogd en komt hiermee op € 265.
Parkeerbelasting
De parkeerbelasting kan worden betaald door het kenteken aan te melden en af te rekenen bij een parkeerautomaat, via belparkeren of via een andere toegestane betaalmethode voor parkeren. Ook de kosten die worden betaald voor een parkeervergunning vallen onder de parkeerbelasting. Als bij controle blijkt dat er geen parkeerbelasting is betaald, volgt er een naheffingsaanslag.
Het bedrag voor de naheffingsaanslag is voor 1 januari 2027 vastgesteld op € 84,30. Om dit bedrag in rekening te mogen brengen, moet de gemeente per naheffingsaanslag ten minste dit bedrag aan kosten te maken. De begrootte kosten liggen hoger, daarom kan het wettelijk maximale tarief in rekening gebracht worden. Het kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt u aangeboden tegelijk met de verordeningen.
Het doel van het parkeerbeleid is de juiste parkeerder op de juiste plek te krijgen. Dit beleid is in het najaar van 2024 geëvalueerd.Naar aanleiding van deze evaluatie heeft college besloten een actualisatie te gaan maken van het huidige parkeerbeleid en met een voorstel te zullen komen over een aanpassing van de parkeertarieven.
Bestemmingsbelastingen
Het uitgangspunt bij de afvalstoffenheffing en rioolheffing is 100% kostendekking. Om te voorkomen dat er jaarlijks grote schommelingen in het tarief nodig zijn om de gewenste kostendekking te kunnen realiseren, wordt om pieken in kosten op te vangen gewerkt met voorzieningen. In de tabellen die zijn opgenomen in 3.1.7 ziet u de kostendekkingspercentages voor en na de onttrekking uit, of toevoeging aan de voorziening.
Afvalstoffenheffing
Met de afvalstoffenheffing bekostigt de gemeente de inzameling van huishoudelijk afval. De wettelijke plicht voor het inzamelen van huishoudelijk afval staat in de Wet milieubeheer. De afvalstoffenheffing brengen we in rekening op de gecombineerde aanslag gemeentelijke belastingen. Op dit aanslagbiljet staan o.a. ook de rioolheffing en de OZB. De afvalstoffenheffing bestaat uit een vastrecht en een variabel tarief. De hoogte van de aanslag is afhankelijk van het aantal aanbiedingen.
Op 2 juli 2024 is het Gemeentelijke Grondstoffenbeleidsplan (GGP) door uw Raad vastgesteld. Doelstelling van het GGP is minder restafval. Onderdeel hiervan is een prijsprikkel voor inwoners door in de afvalstoffenheffing toe te groeien naar een verhouding 70/30 voor het vast/variabel deel.
Het kabinet heeft aangekondigd hogere belasting te gaan heffen op afvalverbranding. De hogere kosten worden via afvalverwerkers en inzamelaars uiteindelijk doorberekend aan gemeenten en inwoners. Voor gemeenten betekent dit een stijging van de kosten voor verwerking van restafval vanaf 2027. Het kabinet verwacht dat de hogere tarieven leiden tot minder afvalverbranding, minder stort en meer recycling.
De stijging van de afvalstoffenheffing is dus niet het gevolg van slechter scheidingsgedrag van inwoners of een minder goed functionerend afvalbeleid. Integendeel: inwoners worden juist gestimuleerd om beter te scheiden zodat de hoeveelheid restafval afneemt. De stijging van de afvalstoffenheffing wordt dus voornamelijk veroorzaakt door landelijke fiscale maatregelen die voortvloeien uit de verhoging van de CO₂-heffing en afvalstoffenbelasting voor afvalverbrandingsinstallaties.
Om aan het kostendekkende beleid vast te houden moeten de tarieven meer stijgen dan het vastgestelde inflatiepercentage. Rekening houdende met het vastgestelde Gemeentelijke Grondstoffenbeleidsplan, waarin de 70/30 verhouding is opgenomen voor het vastrecht en het variabele deel, stellen wij u voor om het vast recht met 3,5% te laten stijgen. Hiermee komt het vast recht op € 188,17. Het variabele deel stijgt meer. Het tarief voor het aanbieden van een 240 liter restafvalcontainer wordt € 14,04.
Vanaf 2026 is de inzamelfrequentie van het restafval verlaagd. De verwachting is dat men minder afval aanbiedt. Hierdoor stijgen de kosten voor de burger minimaal.
Rioolheffing
In de Omgevingswet is vastgelegd dat de gemeente een wettelijke taak heeft voor de afvoer van afvalwater, de afvoer van regenwater (ook wel hemelwater genoemd) en het zo veel mogelijk beperken van structureel nadelige gevolgen van grondwaterstanden. In de gemeentewet is vastgelegd dat de gemeente voor de dekking van deze kosten rioolheffing mag heffen.
In het programma Klimaat, Water en Biodiversiteit hebben we uitgewerkt hoe we deze taken invullen, welke financiële middelen hiervoor nodig zijn, en welke heffing nodig is om deze financiën te kunnen dekken (zie hiervoor ook het programma).
Daarnaast speelt het programma in op de veranderingen in het klimaat en de aanpassingen die we daarom aan ons water- en rioleringssysteem moeten uitvoeren.
De kosten en de inkomsten vanuit de heffing zijn niet elk jaar gelijk. Om deze verschillen te kunnen opvangen is er de ‘Voorziening Riolering’. Dit is een buffer waarbinnen eventuele verschillen tussen uitgaven en inkomsten kunnen worden opgevangen. Verder is deze buffer bedoeld voor het opvangen van onverwachte tegenvallers. Het totale kostenplaatje rekenen we elk jaar door in het Kostendekkingsplan. Dit plan geeft inzicht in het meerjarig financieel perspectief. Voorgesteld wordt om het tarief met inflatie te verhogen. Hiermee komt het tarief voor een woning op € 321,50.
Bedrijven Investerings Zone (BIZ) en reclamebelasting
In het centrum van Hardenberg wordt al bijna 10 jaar een BIZ geheven. De huidige verordening loopt af in 2026. Vanuit de ondernemers is het verzoek gekomen de BIZ weer voor een nieuwe periode van vijf jaar vast te stellen. Hiervoor is u een nieuwe verordening aangeboden. Er moet een draagvlakmeting gehouden worden. Dit loopt op dit moment nog. De verwachting is dat er genoeg draagvlak is voor een nieuwe BIZ.
In het centrum van Dedemsvaart wordt vanaf 2022 een reclamebelasting geheven. Hiervoor was een meerjarenbeleidsplan opgesteld door de Handelsvereniging tot en met 2025. De Handelsvereniging heeft te kennen gegeven dat ze verder willen met de reclamebelasting vanaf 2026. Hiervoor is een nieuw meerjarenbeleidsplan opgesteld tot en met 2030.
Bij zowel de BIZ Hardenberg als de reclamebelasting Dedemsvaart wordt de belastingopbrengst uitgekeerd aan de door de ondernemers opgerichte uitvoeringsorganisatie.
Retributies
Bij de retributies wordt in sommige gevallen afgeweken van de wens om 100% kostendekkende tarieven te hanteren, omdat dit zou leiden tot onevenredig hoge tarieven. In 3.1.7 ziet u de kostendekkingspercentages van de retributies.
Lijkbezorgingsrechten
De lijkbezorgingsrechten zijn retributies voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats. Naast een retributie voor de uitgifte van graven en urnenruimten, regelt de verordening ook de vergoeding voor het gebruik van gemeentelijke diensten in verband met de begraafplaats. De kostendekking van de lijkbezorging is 67%.
Marktgelden
Marktgeld is een retributie voor het innemen van een standplaats op de weekmarkt in Hardenberg of Dedemsvaart. De kostendekking van de marktgelden is 74%.
Leges
Leges zijn retributies voor diensten die door de gemeente worden verleend. Veel van de retributies gaan over het aanvragen van vergunningen of documenten. Te denken valt aan omgevingsvergunningen of paspoorten. Maar ook bijvoorbeeld activiteiten van het gemeentearchief kunnen in de legesverordening worden geregeld.
In 2024 zijn de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in werking getreden. Door de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) zou de hoeveelheid technisch werk voor de gemeenten afnemen. Daar is op geanticipeerd met de vaste formatie (geen nieuwe vaste medewerkers). De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen zou in drie jaar en drie fasen in werking treden. In 2024 is slechts een klein deel van de eerste fase van deze wet in werking getreden. Tot op dit moment is dit niet veranderd en is er ook geen zicht op verdere inwerkingtreding van deze wet.
Dit betekent, in combinatie met hoogconjunctuur, veel omgevingsvergunningaanvragen en te kleine vaste formatie. Omdat dit beeld voor heel Nederland geldt, is het inhuren van tijdelijke medewerkers moeilijk en zorgt dit voor een toegenomen werkdruk bij het taakveld Vergunningen, Toezicht en Handhaving.
De formatie voor de behandeling van- en het toezicht op de verleende bouwvergunningen wordt per 1 januari 2027 in balans met de werkvoorraad gebracht. De formatie voor dit taakveld wordt hierdoor groter. De aanvullende lasten als gevolg van de verhoging van de loonsom worden gecompenseerd vanuit de bestaande (inhuur)budgetten en legesinkomsten. De formatie-uitbreiding kan daarmee budgetneutraal worden uitgevoerd. De tarieven worden later in het jaar aan u voorgelegd door middel van de legesverordening 2027.
De totale legesverordening voor 2027 is 69% kostendekkend. Op basis van dit berekende percentage wordt onderbouwd dat de gemeente Hardenberg geen ‘winst’ maakt op de diensten en producten die zij aanbiedt. In 3.1.7 ziet u de kostendekkingspercentages in een tabel per hoofdstuk, paragraaf, en de totale legesverordening.
