Paragrafen

Bedrijfsvoering

Volgens het Besluit begroting en verantwoording (BBV) moeten gemeenten een aantal vaste indicatoren opnemen in de begroting. Voor de bedrijfsvoering gaat het bijvoorbeeld om formatie, bezetting, externe inhuur en overhead. Met deze cijfers geven we inzicht in de omvang en kosten van onze organisatie.

Versterken van onze eigen organisatie
Onze ambities en (wettelijke) opgaven nemen toe. Om deze ook in de komende jaren goed te kunnen uitvoeren, is het belangrijk dat onze organisatie over voldoende capaciteit en passende expertise beschikt. Daarbij zetten we in op een sterke eigen organisatie, waarin kennis en ervaring zoveel mogelijk worden opgebouwd en behouden. Tegelijkertijd willen we de afhankelijkheid van externe inhuur waar mogelijk verminderen.

De ontwikkeling van onze formatie en de inzet van externe inhuur bekijken we daarom nadrukkelijk in samenhang. In het formatieboek brengen we in beeld welke capaciteit en expertise structureel nodig zijn voor de uitvoering van onze taken en ambities. Daarbij kijken we zowel naar nieuwe opgaven als naar werkzaamheden die op dit moment door externen worden uitgevoerd. Wanneer werkzaamheden een structureel karakter hebben, beoordelen we of het doelmatiger en toekomstbestendiger is om deze binnen de eigen organisatie te beleggen. Daarmee kunnen we kennis behouden, de continuïteit versterken en tegelijkertijd de externe inhuur beheersbaar houden.
Meer ambities en opgaven leiden daarbij niet vanzelfsprekend tot een evenredige groei van de formatie. Een belangrijk uitgangspunt is dat we ook kijken hoe we met de beschikbare capaciteit meer kunnen realiseren. We zetten daarom in op het verhogen van de arbeidsproductiviteit, onder meer door processen te vereenvoudigen, werkzaamheden slimmer te organiseren en de mogelijkheden van AI en verdere digitalisering te benutten. Investeringen in onze medewerkers, technologie en de i-keten zijn belangrijke randvoorwaarden om deze ontwikkeling mogelijk te maken.
Vanuit dit uitgangspunt is bij de ambities in deze begroting niet automatisch extra ondersteunende en beleidsmatige formatie opgenomen. Per opgave is gekeken welke capaciteit nodig is, welke werkzaamheden binnen de bestaande formatie kunnen worden opgevangen en waar slimmer werken en digitalisering mogelijkheden bieden. Tegelijkertijd zien we op een aantal terreinen een structurele behoefte aan aanvullende capaciteit en specifieke expertise.
Op basis van deze afweging houden we voor 2027 rekening met een gerichte uitbreiding van de formatie met ongeveer 15 fte ten opzichte van 2026. Deze extra capaciteit zetten we onder meer in voor een groene en leefbare openbare ruimte, verkeer en vervoer, de ondersteuning van onze kernen en het begeleiden en uitvoeren van projecten.

Ongeveer de helft van de uitbreiding gebruiken we om werkzaamheden die nu door externe medewerkers worden uitgevoerd, voortaan met eigen medewerkers te doen. Daarmee verminderen we de externe inhuur en versterken we de kennis en capaciteit binnen onze eigen organisatie. Daarnaast is op een aantal onderdelen extra capaciteit nodig om onze gemeentelijke taken goed te kunnen blijven uitvoeren. Het gaat bijvoorbeeld om inkoop en Europese aanbestedingen, financieel en functioneel beheer, duidelijke en begrijpelijke communicatie en inwonersparticipatie. Ook zetten we gebiedsregisseurs in om onze kernen en wijken goed te ondersteunen en de verbinding met inwoners en lokale partners te versterken.

Een groot deel van de formatie-uitbreiding kunnen we betalen uit middelen die al in de begroting beschikbaar zijn en uit middelen binnen de grondexploitaties (GREX). Dit geldt bijvoorbeeld voor functies op het gebied van verkeer en infrastructuur, zoals verkeerskundig adviseurs en medewerkers en een toezichthouder kabels en leidingen. Ook functies zoals projectleiders, een gebiedsregisseur, een energiecoördinator en een junior adviseur klimaat kunnen geheel of gedeeltelijk uit deze middelen worden betaald. Hierdoor leidt de uitbreiding maar voor een deel tot extra kosten voor de begroting.

In 2026 is € 13,3 miljoen begroot voor externe inhuur, ongeveer 21% van de totale loonkosten (eigen organisatie & inhuur tezamen). Voor 2027 is onze inzet om dit aandeel verder te verlagen. Het versterken van de eigen formatie kan hieraan bijdragen, met name wanneer sprake is van werkzaamheden die structureel nodig zijn. Daarbij wegen we steeds af wat vanuit kwaliteit, continuïteit, flexibiliteit en kosten de meest passende vorm van inzet is.

Externe inhuur blijft onderdeel van onze bedrijfsvoering. Tijdelijke inzet kan bijvoorbeeld passend zijn bij vervanging vanwege ziekte of langdurig verlof, tijdelijke piekbelasting en specialistische kennis die voor een beperkte periode nodig is. Het doel is daarom niet om externe inhuur volledig af te bouwen, maar om te komen tot een evenwichtige verhouding tussen een stevige eigen basis en flexibele externe inzet waar die toegevoegde waarde heeft.

Zo brengen we de ontwikkeling van de formatie, externe inhuur en arbeidsproductiviteit in samenhang. We investeren gericht in eigen capaciteit waar dat structureel en doelmatig is, benutten externe expertise waar flexibiliteit of specialistische kennis nodig is en zetten tegelijkertijd in op slimmer en productiever werken. Daarmee willen we onze ambities realiseren en tegelijkertijd oog houden voor de kwaliteit, continuïteit en beheersbaarheid van onze bedrijfsvoering.

* Bedragen x € 1.000.000

Jaar

2026

2027

Formatie uitgedrukt in FTE
(fulltime employee)

526 FTE

541 FTE

Loonkosten eigen organisatie in €

49,8

53,5

Verwachting externe inhuur in €

13,3

12,5

Aandeel externe inhuur t.o.v.
totale loonkosten

21%

19%

* Voor zowel 2026 als 2027 gaat het om begrotingscijfers.
* De stijging van de loonkosten tussen 2026 en 2027 wordt voornamelijk veroorzaakt door de ontwikkeling van de formatie en de verwerking van de actuele cao-afspraken. De financiële gevolgen van de formatieontwikkeling kunnen voor een groot deel binnen de bestaande begrotingsmiddelen worden opgevangen.

Overhead
Overhead bestaat uit de kosten die nodig zijn om onze organisatie goed te laten functioneren en onze taken uit te voeren. Het gaat om functies die zich richten op de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces. Denk hierbij aan personeel, ICT, financiën, huisvesting en andere ondersteunende werkzaamheden. Ook de systemen en bijbehorende kosten die hiervoor nodig zijn, vallen onder overhead. We houden deze kosten goed in beeld en streven naar een doelmatige inzet van onze middelen.

Bedragen x €1.000

Omschrijving budget

2024

2025

2026

2027

ICT

3.846

4.748

5.179

5.091

Huisvesting

2.928

2.960

3.538

3.370

Organisatie ontwikkeling

413

305

359

500

Personeel

18.607

20.298

20.802

20.784

Tractie

1.312

1.645

1.900

1.984

Facilitair

676

667

684

703

Overig

4.099

4.701

1.998

1.771

Totaal

31.880

35.324

34.459

34.203

Gemeenteraad, griffie en rekenkamer
Naast de overheadkosten zijn er kosten voor de gemeenteraad, de griffie en de rekenkamer. Het gaat hierbij onder andere om de ondersteuning van de gemeenteraad door de griffie en de werkzaamheden van de rekenkamer. Deze kosten dragen bij aan het goed functioneren van het gemeentebestuur, maar vallen volgens de BBV-regels niet onder de overhead van de organisatie. Daarom brengen we deze kosten apart in beeld.

Bedragen x €1.000

Omschrijving budget

2024

2025

2026

2027

Gemeenteraad

861

953

1.017

1.057

Raadscommissies

15

17

23

24

Bestuursondersteuning Raad *

563

657

761

918

Bestuurlijke samenwerking

375

437

459

472

Rekenkamer

23

53

68

70

* inclusief kosten griffie en accountant

Deze pagina is gebouwd op 09/28/2026 16:11:53 met de export van 09/28/2026 16:03:56